buikhaar

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbœykhar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) vezel die voor op de onderzijde van de romp groeit
    Kun jij deze buikhaar van me recht krijgen?
zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) beharing op de buik, het geheel van vezels die uit de opperhuid voor op de onderzijde van de romp groeien
    Vantussen haar gesloten dijen klimt het krullende buikhaar naarboven tot aan haar navel.