buffel

mannelijk (de)/ˈbʏfəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. evenhoevigen (evenhoevigen) verzamelnaam voor een aantal zware holhoornige rundersoorten met vaak forse hoorns
  2. evenhoevigen (evenhoevigen), een Afrikaanse buffel of kafferbuffel
  3. evenhoevigen (evenhoevigen), een Aziatische buffel: waterbuffel of karbouw
  4. evenhoevigen (evenhoevigen), een dwergbuffel van de Filipijnen en Celebes zoals de anoa's en de tamaroe of mindorobuffel
  5. evenhoevigen (evenhoevigen), een Amerikaanse bizon
  6. leer vervaardigd van de huid van een buffel
  7. figuurlijk (figuurlijk) iemand die groot en stevig is

Etymologie

*[1.4.]: enigszins oneigenlijk als leenvertaling uit het Amerikaanse Engels "buffalo"

Uitdrukkingen

  • een buffel van een kereleen zeer grote kerel

Vertalingen

Engelsbuffalo
Fransbuffle
DuitsBüffel, Büffelleder, Kleiderschrank
Spaansbúfalo, búfala
Portugeesbúfalo
Russischбуйвол
Japans野牛
Turkskara sığır
Poolsbawół
Zweedsbuffel
Deensbøffel