bruiklening
vrouwelijk (de)/'brœyklenɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- overeenkomst waarbij de ene partij aan de andere (de bruiklener) een zaak gratis in gebruik geeft, onder voorwaarde van teruggave
Etymologie
* Afgeleid van bruikleen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek