bruidsvlucht
mannelijk/vrouwelijk (de)/'brœytsflʏxt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (imkerij) het uitvliegen van een jonge koningin waarbij ze bevrucht wordtNa de bruidsvlucht is de moer gereed om jarenlang een volk te regeren en duizenden eieren te leggen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek