bruidsschat

mannelijk (de)/'brœytsxɑt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een gift die een vrouw van haar ouders meekrijgt als ze in het huwelijk treedt.
    In Nederland neemt een vrouw vaak een uitzet mee in het huwelijk als een soort bruidsschat.
    Ik zou zeker geen bruidsschat krijgen, en ons kleine huis had genoeg aan één paar meisjeshanden.
  2. geld dat een vrouw krijgt van de echtgenoot is de bruidsprijs maar wordt vaak, ten onrechte, ook bruidsschat genoemd
    Daarnaast is het in onze cultuur gewoonte dat de bruidegom goud geeft aan de bruid, als een soort bruidsschat. Dat goud, in de vorm van sieraden, kost al snel 5.000 tot 15.000 euro. Mensen die daar niet mee bekend zijn denken al snel: wow, dat is een hoop geld! Maar als je bedenkt dat de gasten tijdens het huwelijk vaak een financiële bijdrage geven waarmee meestal een groot deel van de kosten van de trouwerij worden gedekt, dan valt het wel mee. En het goud zie ik ook als een investering in de toekomst.”Liza Titawano NRC 2 maart 2016

Vertalingen

Engelsdowry
Fransdot
DuitsMitgift
Spaansdote