woorden
boek
Start
›
B
›
brugperiode
brugperiode
vrouwelijk (de)
/'brʏxperijodə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
tijdperk tussen twee niet aansluitende toestanden
Synoniemen
overbruggingsperiode
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← brugpensionering
brugpieper →