browning
mannelijk (de)/ˈbrɑunɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- pistool met het magazijn voor de kogels in de kolf van het pistoolWat een dwaas zou ze zich voelen als ze zichzelf uiteindelijk zou aantreffen met de mond van de browning gericht op een koe.
Etymologie
*(eponiem) van "Browning", dat verwijst naar de Amerikaanse 19e-eeuwse ontwerper van vuurwapens , in de betekenis van ‘soort pistool’ voor het eerst aangetroffen in 1947
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek