brouwzaal

mannelijk/vrouwelijk (de)/'brɔuzal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een van de ruimtes van een bierbrouwerij
    De brouwzaal, de gistruimte en de koude lagering is al in gebruik. "We hebben twee weken stil gelegen en dat moeten we weer inhalen, dus was het zaak om zo snel mogelijk weer te beginnen met het brouwproces", zegt Nijhof.
    De Antwerpse Brouw Compagnie, die vijf jaar geleden met het Seefbier een aloud Antwerps bier herintroduceerde, keert woensdag eindelijk ook fysiek terug naar Antwerpen. De brouwerij neemt een nieuwe brouwzaal in gebruik in het Noorderpershuis, een oude havensite op het Antwerpse Eilandje.