brosheid

vrouwelijk (de)/'brɔshɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de eigenschap om zonder veel te rekken te breken
    De winnende brokken van Banketbakkerij Jacobs scoren op uitstraling uitmuntend. Maar ook de brosheid en smaak zijn van een geweldige kwaliteit. Een prachtig resultaat voor zo’n banketproduct. De Telegraaf 06 jan. 2016 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/456491/beste-speculaas-van-nederland Beste speculaas van Nederland]
    Steeds vaker wordt brosheid gedefinieerd aan de hand van het lawaai dat de beschuit maakt in de mond van de proefpersoon die er met open mond in bijt. Volg het werk aan ‘toasted rusk rolls’ in de Journal of Texture Studies. NRC Karel Knip 28 april 2017 [https://www.nrc.nl/nieuws/2017/04/28/de-verrassende-kracht-van-brosse-beschuit-8458782-a1556433 De verrassende kracht van brosse beschuit]

Etymologie

* afleiding van bros

Vertalingen

Engelsbrittleness, crumblyness, embrittlement