broodvrucht
mannelijk/vrouwelijk (de)/'brotfrʏxt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (groente) vrucht van de broodboom
Vertalingen
Engelsbreadfruit
Fransfruit à pain
DuitsBrotfrucht
Spaansfrutipan, fruta del pan
Portugeesfruta-pão
Russischплод хлебного дерева
Japansパンの実
Koreaans빵열매
Deensbrødfrugt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek