broodrooster
/ˈbrotrostər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (huishouden) een elektrisch toestel om brood te roosteren
Etymologie
* In de betekenis van ‘apparaat om brood te roosteren’ voor het eerst aangetroffen in 1914
Vertalingen
Engelstoaster
Fransgrille-pain
DuitsToaster
Spaanstostador, tostadora, tostador de pan
Italiaanstostapane
Portugeestorradeira
Poolstoster
Zweedsbrödrost
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek