broodpudding

mannelijk (de)/ˈbrotpʏdɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kookkunst (kookkunst) zoet gebak, gemaakt uit in melk geweekte broodresten, vermengd met eieren, suiker en smaakmakers zoals rozijnen, fruit, cacao of vanille
    Het weekend is het ideale moment voor broodpudding. Holtkamp geeft bij dit recept mee dat het water voor de bain-marie moet koken voordat de broodpudding de oven in gaat.