broodmaaltijd

mannelijk (de)/ˈbrotmaltɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) in een keer te eten geheel van voedsel op basis van eerder gebakken deeg, meestal in de vorm van broodjes of belegde boterhammen
    Onno Selbach, student sociaal-pedagogische hulpverlening, verzorgt de broodmaaltijd. Er zijn tien vrouwen op afgekomen – „mannen hebben hier nauwelijks behoefte aan”. Op tafel staan potten pindakaas en pakken hagelslag, er zijn gebakken eieren.
    De middag en avond waren op dezelfde wijze als alle middagen en avonden na de begrafenis verlopen. Een broodmaaltijd, zappen naar actualiteitenprogramma's en vroeg naar bed.

Vertalingen

Engelsbread meal
DuitsBrotmahlzeit