broodkeuken
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbrotkøkə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ruimte waar voedsel wordt bereid dat vooral bestaat uit gebakken deegCora en Klaske maken pittig brood, in de broodkeuken uiteraard, en overleggen over wat er in moet.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek