broodkaart
mannelijk/vrouwelijk (de)/'brotkart/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een distributiebon voor brood, zoals ten tijde van de Eerste Wereldoorlog (1914—1916) in Nederland is ingevoerd
- (België): een van onedel metaal, karton of kunststof vervaardigde penning die kon worden ingewisseld tegen brood
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek