brontosaurus
mannelijk (de)/brɔnto'sɔurʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (reptielen) een geslacht van plantenetende sauropode dinosauriërs, behorend tot de Neosauropoda, dat tijdens het late Jura leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika
Etymologie
* In de betekenis van ‘voorhistorische hagedis’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek