bronchitis
vrouwelijk (de)/brɔŋ'xitɪs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) ontsteking van de luchtpijptakRokende ouders bezorgen hun kinderen bronchitis, astma en sinusitis, dat staat spijkerhard vast.
Etymologie
*afgeleid van bronchie
Vertalingen
Engelsbronchitis
Fransbronchite
DuitsBronchitis
Spaansbronquitis
Portugeesbonquite
Deensbronkitis
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek