broederliefde

vrouwelijk (de)/ˈbrudərˌlivdə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. genegenheid en gehechtheid van een zoon aan andere kinderen van dezelfde ouders
    Dat de twee toch twintig jaar lang samen bleven spelen was, behalve aan broederliefde, te danken aan het feit dat Nat goed was in het schrijven van pakkende bebopthema's, vaak met een snuifje gospel erin.
  2. figuurlijk (figuurlijk) genegenheid en solidariteit met anderen die op gelijke voet tot dezelfde groep horen
    Dat geldt ook voor de felle kritiek uit Moskou op de NAVO-aanvallen, die volgens haar in het geheel niet wordt ingegeven door Slavische broederliefde.