bridge

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kaartspel (kaartspel) een spel gespeeld door vier spelers, verdeeld in twee paren en gespeeld in dertien slagen
    Het spelen van bridge vereist goede samenwerking tussen de partners.
  2. muziekinstrument (muziekinstrument) de kam van een elektrische gitaar
    Een bridge met tremolo.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘kaartspel’ voor het eerst aangetroffen in 1918

Vertalingen

Engelsbridge, bridge
DuitsBrücke
Spaansbridge