brems
mannelijk/vrouwelijk (de)/brɛms/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (tweevleugeligen) benaming voor grote, bloedzuigende vliegen uit de familie
Etymologie
*van Middelnederlands "breemse", (klanknabootsing) van het zoemende geluid dat ze bij het vliegen maken
Vertalingen
Engelsgad-fly, gadfly, horse-fly
Spaanstábano
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek