breker
mannelijk (de)/ˈbrekər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een persoon die iets breekt"De breker betaalt" was de conclusie van de kabinetscrisis van '89.
- een golf in de branding waarvan de top over de basis heenvaltDe storm van de vorige dag verzoorzaakte prachtige brekers aan het strand.
- een apparaat waarmee grote brokken vaste stof in kleinere stukken gebroken wordenDeze mobiele breker vindt gretig aftrek.
Etymologie
* van breken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek