breeuwen

Betekenis

werkwoord
  1. ov, scheepvaart (ov) (scheepvaart) het dichten van de naden van de scheepshuid met vezels en pek
    De dekken werden gebreeuwd, [en] buiten boord de ijzeren huid boven water gebikt en geschraapt.

Etymologie

* In de betekenis van ‘naden dichten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351

Vertalingen

Engelscaulk
Franscalfater
Duitskalfatern
Spaanscalafatear, acollar, atascar