breedte
vrouwelijk (de)/'bretə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wiskunde)afmeting loodrecht op de hoogte of de lengteAls je de lengte en de breedte van een kamer weet kun je de oppervlakte berekenen.De politie heeft woensdagmiddag zo'n dertig actievoerders van klimaatactiegroep Extinction Rebellion aangehouden wegens het blokkeren van de toegang tot de A12 in Den Haag. De demonstranten voerden actie door over de volle breedte van de weg op het asfalt te gaan zitten. Twee anderen ketenden zich aan een auto vast.
- (astronomie)(aardrijkskunde)de langs een meridiaan gemeten afstand in booggraden, vanaf de evenaar totaan een punt van beschouwing. Het hoogste punt, de pool, ligt op 90 graden noord of zuid.Het was veel eerder mogelijk om op zee de breedte te bepalen met een sextant dan de lengte waarvoor een nauwkeurige klok nodig was.
Etymologie
*Afgeleid uit breed .
Vertalingen
Engelswidth, latitude, latitude
Franslargeur, latitude
DuitsBreite, geographische Breite
Spaansancho, anchura
Poolsszerokość
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek