bras

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) een lijn verbonden aan het uiteinde van een ra met als doel de ra ten opzichte van de wind te kunnen draaien
  2. ongekookte gepelde rijst (geen vervoegingen)

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schoot van een ra’ voor het eerst aangetroffen in 1598

Vertalingen

Engelsbrace
Fransbras
DuitsBrasse