brandweerman

mannelijk (de)/ˈbrɑntwerˌmɑn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) speciaal voor het bestrijden van branden opgeleid lid van de brandweer
    „Het was ooit mijn grote droom brandweerman te worden. Maar ja, dat was een populair beroep, dus ik kwam er niet tussen. Sinds vorig jaar draai ik weer mee als vrijwilliger bij brandweer Gooi en Vechtstreek. Soms wel zeven dagdiensten in de maand, ik heb een jaar moeten trainen om fit genoeg te zijn. Nu blijf ik elk weekend hardlopen, anders komt opa niet door de keuring.”Charlotte van 't Wout NRC 2 april 2016
    „Dank jullie wel. Het is goed dat jullie gekomen zijn,” zegt Distel na 120 seconden. De groep mensen gaat uiteen. Anderen pakken hun afgebroken gesprek weer op. Brandweermannen brengen een groet. Een witte auto start zijn dieselmotor en rijdt weg. De burgemeester hurkt voor het monument en kijkt naar de namen.

Vertalingen

Engelsfirefighter, fireman
Franssapeur, pompier
DuitsFeuerwehrmann
Spaansbombero
Italiaansvigile del fuoco, pompiere
Chinees消防员, 消防員
Japans消防士
Koreaans기관병
Turksitfaiyeci, yangıncı
Poolsstrażak
Zweedsbrandman, brandsoldat