brandweer
mannelijk/vrouwelijk (de)/'brɑntwer/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (maatschappij) instantie die zich bezighoudt met het voorkomen en bestrijden van branden en het redden van mensen of dierenTribunes werden in brand gestoken en de brandweer werd met stenen bekogeld.Daarom is de brandweer in hoogste staat van paraatheid.Canada heeft op moederdag hulp gekregen van Moeder Natuur. Dankzij lichte regen en dalende temperaturen breidden de aanhoudende natuurbranden in de provincie Alberta zich minder snel uit dan verwacht. De brandweer zegt voor het eerst grip te krijgen op de situatie.Sam de Voogt NRC 9 mei 2016
Etymologie
* (stam van het werkwoord weren)
Vertalingen
Engelsfire brigade
Franspompiers
DuitsFeuerwehr
Spaanscuerpo de bomberos, bomberos
Portugeescorpo de bombeiros
Turksitfaiye
Poolsstraz pozarna
Zweedsbrandkår
Deensbrandvæsen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek