brandvos
mannelijk (de)/ˈbrɑntfɔs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) donkere variëteit van de vos met een zwarte pluim aan de staart
- (paardrijden) paard met donker bruinrood dekhaar, waarvan de uiteinden lichter zijn
Etymologie
**[1] in de betekenis van ‘hondachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek