brandschatting

vrouwelijk (de)/'brɑntsxɑtɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plundering onder bedreiging van het verbranden van huizen en ander eigendom
    Hij was een meedogenloos bevelhebber met als enige strategie: 'Vernietig de troepen en verbrand de dorpen' – en hoewel hij bij het volgen daarvan ook de burgerbevolking niet ontzag en verkrachting, plundering en brandschatting toeliet of zelfs aanmoedigde, moesten zijn tegenstanders erkennen dat hij uiteindelijk meestal een volledige overwinning behaalde.
    De opgewonden vreugde na de verovering van Breda is allang verlopen in onvree en verzet, de uitrusting en voedselvoorziening van het leger zijn nog veel slechter dan in België, er wordt geplunderd bij de boeren, er is desertie en brandschatting, de berichtendienst werkt hortend en onbetrouwbaar.

Etymologie

* afleiding van van brandschatten