brandschade
mannelijk/vrouwelijk (de)/'brɑntsxadə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de schade die door vuur is veroorzaaktEr werd op de politie gescholden; ze werd omgekocht; er werden ramingen van de brandschade gemaakt die tien keer te hoog waren; men eiste ondersteuning.
Vertalingen
Engelsfire damages, fire losses, damage by fire
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek