branddeur

mannelijk/vrouwelijk (de)/'brɑndør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. nooddeur bij brand
  2. bouwkunde (bouwkunde) een deur die een bepaalde weerstand heeft tegen de inwerking van vuur bij voorbeeld van ijzer met brandwerend materiaal bekleed

Vertalingen

Spaanspuerta cortafuego