branddeur
mannelijk/vrouwelijk (de)/'brɑndør/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- nooddeur bij brand
- (bouwkunde) een deur die een bepaalde weerstand heeft tegen de inwerking van vuur bij voorbeeld van ijzer met brandwerend materiaal bekleed
Vertalingen
Spaanspuerta cortafuego
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek