braden
/ˈbradə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov), (kookkunst) vlees bereiden door het in olie of vet te verhitten- Zij braadde de hamlapjes in gebruinde boter.- Vlees kun je braden ander voedsel verhitten in olie of vet heet bakken.
Etymologie
G. Engelberts Gerrits 1844
Uitdrukkingen
- ergens de boter uit braden — niet hard werken|boter smelt makkelijk en je krijgt er dus makkelijk vet uit
Vertalingen
Engelsroast, fry, bake
Duitsbraten
Spaansasar, freír, tostar
Russischжарить
Poolssmazyć
Deensstege
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek