braaknoot
mannelijk/vrouwelijk (de)/'braknot/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een boom uit de familie die voorkomt in India en . Het is een middelgrote boom met 5 tot 7 cm grote bladeren die groeit in een open habitat. De braaknoot is een bron voor het uiterst giftige strychnine dat gewonnen wordt uit de zaden in de groen-oranje vruchten van de boom
Vertalingen
Spaansangostura falsa, canirán, matacán
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek