braadzak
mannelijk (de)/'braːtzɑk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (huishouden) (kookkunst) zak van hittebestendige folie (tot 220 °C) waarin vlees zonder de toevoeging van vet of olie gebraden wordtHé Jan, geef mij de braadzak even an!!
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek