braadzak

mannelijk (de)/'braːtzɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huishouden, kookkunst (huishouden) (kookkunst) zak van hittebestendige folie (tot 220 °C) waarin vlees zonder de toevoeging van vet of olie gebraden wordt
    Hé Jan, geef mij de braadzak even an!!