bpm
meervoud/ˌbepeˈʔɛm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (afkorting) een indirecte belasting die moet worden betaald wanneer een personenauto, bestelauto of motorrijwiel in Nederland geregistreerd wordt
- (afkorting) (muziek) eenheid waarmee de snelheid van een beat wordt uitgedrukt (beats per minute)
Etymologie
* [1] afkorting van Belasting van Personenauto's en Motorrijwielen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek