boycot
mannelijk (de)/ˈbɔjkɔt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- uitsluiting van het sociaal verkeer
- (handel) (economie) uitsluiting van het handelsverkeer
Etymologie
*afgeleid van "boycotten", van het eponiem "boycott", in de betekenis van ‘uitsluiting van maatschappelijk verkeer’ voor het eerst aangetroffen in 1910
Vertalingen
Spaansboicot
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek