boycot

mannelijk (de)/ˈbɔjkɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uitsluiting van het sociaal verkeer
  2. handel, economie (handel) (economie) uitsluiting van het handelsverkeer

Etymologie

*afgeleid van "boycotten", van het eponiem "boycott", in de betekenis van ‘uitsluiting van maatschappelijk verkeer’ voor het eerst aangetroffen in 1910

Vertalingen

Spaansboicot