bowlingbal

mannelijk (de)/'bolɪŋbɑl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een harde bal met drie gaten waarmee je kunt bowlen
    Bijna dagelijks traint hij anderhalf uur in de sportschool, naast de sessies op de bowlingbaan. Kracht is van belang. Hij grijpt met zijn rechterhand een bowlingbal en prikt zijn ringvinger, middelvinger en duim in de gaten. „Na een tijdje is dit best zwaar.” NRC Steven Verseput 18 maart 2016