bouwplek

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een plaats waar men bouwt
    Het is eerder misgegaan op de Haagse bouwplek waar donderdag een dodelijk ongeluk plaatsvond. Vorig jaar is er al een klacht gekomen over een steigeronderdeel dat naast een voetganger belandde.de Telegraaf JORN JONKER 27 mei 2016 in BINNENLAND
    Ook worden scholieren uitgenodigd op de bouwplek die deel uitmaakt van de verbreding van de verbinding van het snelwegennet Schiphol-Amsterdam-Almere. Postma: ,,Door een kijkje in de keuken te geven, hopen wij ze enthousiast te maken om te kiezen voor een technische opleiding en beroep.”de Telegraaf GIJSBERT TERMAAT 05 mrt. 2016