bouwplaats

mannelijk/vrouwelijk (de)/'bɔuplats/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) een plaats waar mensen iets bouwen
    In China zijn ten minste 67 mensen omgekomen op de bouwplaats van een energiecentrale toen een bouwsteiger instortte. Het ongeluk gebeurde donderdag in Fengcheng, in de oostelijke provincie Jiangxi. Vijf bouwvakkers zijn opgenomen in het ziekenhuis, een persoon is nog vermist. NRC Bas Tooms 24 november 2016
    Twee jaar geleden liep Dirk (roepnaam: Dik) Wessels zelf rond op een bouwplaats in Ede, bij de oplevering van een prefab-huis van zijn bouwbedrijf VolkerWessels.Tubantia 21 november 2017

Vertalingen

DuitsBaustelle
Spaanssitio de obra, obra en construcción