bouwhistorie

vrouwelijk (de)/'bɔuhɪstori/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde, geschiedenis (bouwkunde) (geschiedenis) de discipline die zich bezighoudt met het materiële onderzoek van gebouwd erfgoed, waarom een gebouw staat waar het staat, waarom het eruitziet zoals het eruitziet en welke waarden dit belichaamt voor heden en toekomst