boudoir
onzijdig (het)/buˈdwar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wonen) klein vertrek, speciaal bedoeld voor dames om zich om te kleden en op te frissenZij sloot zich in haar boudoir op en liet zich op een stoel neerzinken[https://books.google.nl/books?id=FIdoAAAAcAAJ&pg=PA136&dq=%22in+haar+boudoir%22&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwjA_f--wdXZAhWOEVAKHaGuCT8Q6AEINzADv=onepage&q=%22in%20haar%20boudoir%22&f=false Het bloemenmeisje - Volume 1], p. 136, 1875
- (voeding) langwerpig luchtig koekje met aan de bovenkant een laagje suikerWe kennen ze als lange vingers, maar hun iets sjiekere naam is boudoir; er staat ook ‘boudoir’ op de lange vingers die je in de supermarkt kunt kopen.
Etymologie
*van "boudoir", in de betekenis van ‘damesvertrek’ voor het eerst aangetroffen in 1832
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek