botte

/ˈbɔtə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) vat, kuip, bak, kan
  2. verouderd (verouderd) draagmand, gevlochten koffer
  3. verouderd (verouderd) laars
  4. historisch (historisch) werktuig dat werd gebruikt bij het maken van Goudse pijpen

Etymologie

*[werkwoord] bot met de uitgang -te