botanist

mannelijk (de)/bota'nɪst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde, beroep (plantkunde) (beroep) iemand die veel verstand heeft van planten; beoefenaar van de plantkunde
    Goodall is veruit de bekendste wetenschapper van Australië. De botanist en ecologist is ook al meer dan twintig jaar een voorvechter van euthanasie. Maar alleen in de staat Victoria bestaat er een wet die ‘een vrijwillig geassisteerde dood’ toelaat. Al treedt die pas in werking binnen een jaar. En alleen wie minder dan zes maanden te leven heeft – of een jaar als er sprake is van hersenschade – en ondraaglijke pijn lijdt, kan er een beroep op doen. De Standaard 3 MEI 2018 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20180503_03494948 Slimste man van Australië mag niet sterven]
    Falcon-Lang vond in totaal 314 glasplaten. De fossielen zijn gevonden door Darwin en andere leden van zijn wetenschappelijke vriendenkring, onder wie de botanist John Hooker en Darwins mentor John Henslow. Tubantia 17-01-12 [https://www.tubantia.nl/wetenschap/wetenschapper-ontdekt-verloren-juweeltjes-van-darwin~a001e0c0/ Wetenschapper ontdekt 'verloren juweeltjes' van Darwin]
    La Maison des Bois wordt gelauwerd omwille van zijn kennis over kruiden en lokale natuur. ‘Als gepassioneerd botanist, weet Marc Veyrat de door hemzelf in het wild geplukte kruiden en bloemen uit de Savoie te vervolmaken. Met zijn creativiteit, authenticiteit en raffinement bezorgt hij klanten een onvergetelijke ervaring’, aldus Ellis. De Standaard 06/02/2018 om 12:06 door tlb,csn,flb, mg [http://www.standaard.be/cnt/dmf20180206_03341852 Piet Huysentruyt is opnieuw sterrenchef in Frankrijk]

Etymologie

* van botaniseren

Vertalingen

Engelsplant scientist, phytologist, botanist