bosviooltje

onzijdig (het)/ˈbɔsfiˌjolcə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort vaste plant, uit de viooltjesfamilie (), variërend in grootteIn de zomer worden cleistogame bloemen gevormd, net als bij het maarts viooltje (). In het wild komt de soort in loofbossen voor. Het bosviooltje komt van nature voor in Europa en Noord-Afrika. De plant wordt 5-35 cm hoog en vormt een niet vertakte wortelstok.

Etymologie

*, op te vatten als afgeleid van "bosviool"