bossanova
mannelijk (de)/bɔsa'nova/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) (dans) Zuid-Amerikaanse dans en muziekstijl
Etymologie
* Leenwoord uit het Portugees, in de betekenis van ‘Zuid-Amerikaanse dans’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1984
Vertalingen
Engelsbossa nova
Spaansbossa nova
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek