bosmaaier

mannelijk (de)/ˈbɔsmajər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) grasmaaier voor een niet glad oppervlak
    Met een bosmaaier worden achttienduizend cannabisplanten in een bos bij het Limburgse Reuver geruimd. Het Parool ILONKA KAMANS MAURICE VELDMAN EN TIM VAN DER EERDEN 27 OKTOBER 2014, [https://www.parool.nl/binnenland/-de-wietteelt-verdient-een-eigen-gedoogbeleid~a3776851/ 'De wietteelt verdient een eigen gedoogbeleid']
    'Zeisen', ofwel maaien met de zeis. Wie de geluidsarme en milieuvriendelijke voorganger van de bosmaaier wil leren bedienen, kan zaterdag 5 juni in Barchem een cursus volgen bij de Stichting Landschapsbeheer Gelderland. Tubantia 26-03-17 [https://www.tubantia.nl/achterhoek/cursus-maaien-met-de-zeis~ac07bd23/ Cursus maaien met de zeis]

Vertalingen

Engelsbrush cutter, stripper, brush stalk cutter