bosloop
mannelijk (de)/'bɔslop/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een wandel- of hardlooptocht door de bossenJerry de Jong en Marieke ten Brinke zijn zaterdag tijdens de laatste Zandstuve Bosloop in Vroomshoop op de tien kilometer Crosskampioen van Twenterand geworden. Tubantia 11-03-13 [https://www.tubantia.nl/twenterand/nieuwe-crosskampioenen-twenterand~ae95287b/ Nieuwe crosskampioenen Twenterand]Ajax heeft de voorbereiding op het nieuwe voetbalseizoen vrijdag niet afgetrapt op het veld, maar in het Amsterdamse Bos. De selectie van trainer Frank de Boer werd op de eerste dag na de vakantie onderworpen aan een stevige bosloop. Tubantia 26-06-15 [https://www.tubantia.nl/nederlands-voetbal/stevige-bosloop-voor-ajax-op-eerste-dag~a5d95816/ Stevige bosloop voor Ajax op eerste dag]De auto van Henk de Jong moest het vandaag ontgelden op het trainingskamp van De Graafschap in Epe. De gloednieuwe Skoda van de trainer werd door Graafschap-spelers ingepakt met folie en wc-papier. 'Tja, dat krijg je als je drie keer per dag gaat trainen inclusief bosloop om 07.30 uur', twittert de Doetinchemse voetbalclub. Tubantia Joost Hummelink 27-07-17 [https://www.tubantia.nl/sport/voetbalhumor-spelers-de-graafschap-pakken-auto-trainer-de-jong-in~a263a4fdc/ Voetbalhumor: Spelers De Graafschap pakken auto trainer De Jong in]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek