woorden
boek
Start
›
B
›
bosgeus
bosgeus
mannelijk (de)
/'bɔsxøs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
geschiedenis
(geschiedenis) lid van de benden niet-katholieken, die de bossen in gevlucht waren, om aan vervolging door Alva te ontkomen
Verwante woorden
bosgebied
bosgebieden
bosgebiedje
bosgedeelte
bosgedeelten
bosgedeeltes
bosgeest
bosgeesten
bosgeschiedenis
bosgeur
bosgeuren
bosgeuzen
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← bosgeuren
bosgeuzen →