borstwering

vrouwelijk (de)/'bɔrstwerɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een beschermende muur tot borsthoogte
    De ridder voelde zich veilig achter de borstwering van zijn kasteel.
  2. het muurgedeelte onder een raamkozijn
    De borstwering in de slaapkamer was voldoende hoog.

Etymologie

* In de betekenis van ‘verhoging waarachter men tot borsthoogte gedekt is’ voor het eerst aangetroffen in 1384