borstwering
vrouwelijk (de)/'bɔrstwerɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een beschermende muur tot borsthoogteDe ridder voelde zich veilig achter de borstwering van zijn kasteel.
- het muurgedeelte onder een raamkozijnDe borstwering in de slaapkamer was voldoende hoog.
Etymologie
* In de betekenis van ‘verhoging waarachter men tot borsthoogte gedekt is’ voor het eerst aangetroffen in 1384
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek