borstholte

vrouwelijk (de)/'bɔrsthɔltə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) lichaamsholte, gevormd door de 12 paar ribben, de 12 borstwervels en het borstbeen
  2. biologie (biologie) holte tussen wandstandig borstvlies en longvlies

Vertalingen

Engelschest cavity
Franscavité thoracique
DuitsBrusthöhle
Spaanscavidad torácica