borrelnoot

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbɔrəlˌnot/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) pinda of noot met daaromheen een krokant laagje met kruidensmaak
    Voorbeeld? „Alleen op vrijdag de kroeg in als je geneigd bent te veel te drinken. Feestjes vermijden als je geneigd bent je te buiten te gaan aan het bier en de borrelnoten. Geen ongezond eten in huis halen.” NRC Annemiek Leclaire 26 februari 2017
    Haar rechterhand ging nu snel op en neer. Zoals een ontspannen huisvader dat op een reguliere zaterdagavond met de borrelnoten deed.

Etymologie

*terugvorming uit "borrelnootje" zonder het achtervoegsel -tje, op te vatten als